ECLI:NL:RBBRE:2009:BI0141
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- N. van Duijn
- W. Brouwer
- G.H.C. Blommers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling waarde gebouw per 1 januari 2001 voor belastingdoeleinden
Belanghebbende betwistte de door de inspecteur vastgestelde waarde van een gebouw per 1 januari 2001, dat tot box 1 behoort voor de inkomstenbelasting. De inspecteur stelde een lagere waarde vast dan belanghebbende, die primair een hogere waarde van € 2.025.000 voorstond, gebaseerd op een makelaarsadvies.
De rechtbank overwoog dat de verkoopprijs op de markt in beginsel de waarde in het economische verkeer bepaalt, maar dat de vraagprijs doorgaans hoger ligt dan de werkelijke opbrengst. Belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de hogere waarde juist was. De rechtbank verwierp ook het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat belanghebbende en diens gemachtigde niet volledig openheid van zaken hadden gegeven.
De rechtbank stelde vast dat de goedkeuring van de Staatssecretaris van Financiën van 9 maart 2001, waarbij de WOZ-waarde per 1 januari 1999 wordt verhoogd met 20%, van toepassing is. De inspecteur mocht de WOZ-waarde niet verwerpen op basis van een lagere taxatie van een rijkstaxateur. De afschrijvingskosten werden dienovereenkomstig vastgesteld en de aanslag werd verminderd. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De waarde van het gebouw per 1 januari 2001 wordt vastgesteld op de WOZ-waarde van 1 januari 1999 vermeerderd met 20%, en de aanslag wordt dienovereenkomstig verminderd.