ECLI:NL:RBBRE:2009:BI0040
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Hund
- M.G.J.M. van Kempen
- R.W. Otto
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning grensoverschrijdende fiscale eenheid vennootschapsbelasting
Belanghebbende verzocht om een grensoverschrijdende fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting met haar buitenlandse EU-deelnemingen om buitenlandse verliezen te kunnen verrekenen. Echter verstrekte zij geen opgave van deze verliezen, waardoor zij niet voldeed aan haar procesuele verplichting om de feiten te stellen waarop haar standpunt berust. Hierdoor was er geen grond om het verliesbedrag te verhogen.
Daarnaast had belanghebbende de termijn voor het indienen van het verzoek om een fiscale eenheid, zoals bepaald in artikel 15, vijfde lid van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, niet nageleefd. De rechtbank oordeelde dat deze termijn niet in strijd is met het EG-recht, mede gelet op jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
Belanghebbende stelde dat het onrechtmatig was haar tegen te werpen dat zij geen verzoek had ingediend, maar de rechtbank verwierp dit verweer en stelde dat lidstaten formele bepalingen mogen stellen. Er waren geen omstandigheden die rechtvaardigden dat belanghebbende niet tijdig een verzoek indiende. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag vennootschapsbelasting 2003 wordt ongegrond verklaard vanwege niet-naleving van de verzoekstermijn en het niet voldoen aan de procesplicht.