ECLI:NL:RBBRE:2009:BH5435
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kooijman
- Breeman
- De Werd
- Rechtspraak.nl
Medeplegen opzettelijk onjuiste vennootschapsbelastingaangifte door valselijk opgemaakte jaarstukken
De rechtbank Breda heeft op 4 maart 2009 uitspraak gedaan in een fraudezaak waarin verdachte werd verdacht van medeplegen van het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte vennootschapsbelasting over 2002 namens Ei-land B.V. De zaak draaide om een valselijk opgemaakte brief die de overdracht van effectenportefeuilles aan de BV met terugwerkende kracht op 4 januari 2002 vastlegde, terwijl deze overdracht pas in oktober 2003 plaatsvond. Deze brief vormde de basis voor onjuiste correcties in de jaarstukken en daarmee de belastingaangifte.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet de belastingplichtige was en niet verantwoordelijk was voor de fiscale aangifte, en dat de verklaringen van medeverdachte onbetrouwbaar waren. De rechtbank oordeelde echter dat verdachte wel degelijk kennis had van de onjuistheid van de brief en de jaarstukken, en dat hij de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hiermee een onjuiste aangifte werd gedaan. De rechtbank verwierp het verweer dat het om een kwaliteitsdelict ging waarbij alleen de belastingplichtige als pleger kan worden aangemerkt.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met medeverdachte opzettelijk een onjuiste aangifte heeft gedaan, waardoor te weinig belasting werd geheven. Verdachte werd veroordeeld tot een werkstraf van 120 uur, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, mede vanwege zijn blanco strafblad en het ontbreken van persoonlijk gewin. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van 120 uur wegens medeplegen van het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte vennootschapsbelasting.