ECLI:NL:RBBRE:2009:BH1409
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechter oordeelt over navorderingsaanslag en boete inzake wisseltransacties 2001
Belanghebbende werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en een boete over het jaar 2001, gebaseerd op vermoedelijke inkomsten uit wisseltransacties. De inspecteur stelde dat belanghebbende inkomsten had genoten uit valutawisselingen, terwijl belanghebbende dit betwistte en wees op een strafrechtelijke vrijspraak voor transacties vóór 14 december 2001.
De rechtbank oordeelde dat de vrijspraak in strafrechtelijke zin niet automatisch betekent dat de wisseltransacties in het belastingrecht niet aannemelijk zijn. De bewijslast lag deels bij belanghebbende vanwege de omkering/verzwaring van de bewijslast. Uit MOT-meldingen en verklaringen bleek dat belanghebbende wisseltransacties voor zichzelf en derden verrichtte, waaruit een inkomen van circa 2% van de gewisselde bedragen werd geschat.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet in Nederland woonde, waardoor hij binnenlands belastingplichtige bleef. De navorderingsaanslag werd verminderd door correctie van de waardering van wisseltransacties. De opgelegde boete werd vernietigd wegens niet-naleving van de wettelijke aankondigingsvereisten. Het beroep werd gegrond verklaard en de navorderingsaanslag aangepast.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de navorderingsaanslag verminderd en de boete vernietigd.