ECLI:NL:RBBRE:2008:BM9537
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag omzetbelasting en heffingsrente over 2003
De rechtbank Breda behandelde het beroep van belanghebbende tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2003, inclusief heffingsrente en een boete. Na een boekenonderzoek werd de aanslag verminderd, maar belanghebbende betwistte diverse correcties.
De rechtbank oordeelde dat de correctie van € 228 omzetbelasting terecht was, ondanks de stelling dat het om een ruil ging, omdat de factuur was uitgereikt. Daarnaast werd geoordeeld dat de inspecteur geen onherroepelijk vertrouwen had gewekt omtrent de aftrek van omzetbelasting over de directiebeloning, ondanks eerdere correspondentie.
Verder werd vastgesteld dat de naheffing over omzet behaald op Belgische beurzen terecht was, omdat belanghebbende geen bewijs leverde dat in België belasting was geheven. De heffingsrente werd eveneens als terecht beoordeeld, aangezien belanghebbende niet kon aantonen dat de belastingdienst de voldoening onmogelijk had gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter W. Brouwer op 29 februari 2008.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting en heffingsrente over 2003 wordt ongegrond verklaard.