ECLI:NL:RBBRE:2008:BJ1366
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Eijssen-Vruwink
- Rechtspraak.nl
Toepassing lijfsdwang wegens niet-nakoming partneralimentatie na echtscheiding
Partijen zijn ex-echtelieden waarvan de man verplicht is partneralimentatie te betalen aan de vrouw op grond van een beschikking van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 27 april 2001, bekrachtigd door het gerechtshof in 2007. De man heeft niet volledig aan deze betalingsverplichting voldaan, ondanks diverse vonnissen en executoriale beslagen, waaronder op loon en bankrekeningen.
De vrouw vordert in kort geding dat de man bij lijfsdwang wordt gedwongen tot betaling van de achterstallige alimentatie, omdat andere executiemiddelen geen resultaat hebben gehad. De man voert verweer met onder meer een tegenvordering in een lopende verdelingsprocedure en stelt betalingsonmacht.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de man niet aannemelijk heeft gemaakt niet te kunnen betalen en dat de vrouw een spoedeisend belang heeft bij de vordering vanwege haar ernstige financiële problemen. Lijfsdwang wordt toegestaan voor de alimentatieverplichtingen uit 2001 en 2007, met een bedrag van €88.829,70 als drempel voor het voorkomen van gijzeling. Toepassing van lijfsdwang voor vonnissen van de kantonrechter wordt afgewezen omdat die tegen de rechtspersoon zijn gericht.
De man wordt veroordeeld in de proceskosten en de kosten van de tenuitvoerlegging van lijfsdwang. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de gijzeling mag maximaal negentig dagen duren vanaf een dag na betekening.
Uitkomst: Verlof verleend tot toepassing van lijfsdwang tegen man voor niet-betaalde partneralimentatie, met gijzeling tot betaling van €88.829,70.