3. De beoordeling
3.1. Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende weersproken en/of op grond van de onbestreden inhoud van overgelegde producties het volgende vast:
Op 27 november 2003 is [eiseres], geboren op 11 maart 1979, betrokken geweest bij een aanrijding op de openbare weg te Zundert. Daarbij is een haar achteropkomende personenwagen tegen de auto van [eiseres] (een Volvo 480) gebotst.
?De aansprakelijkheid waartoe de achteropkomende auto in het verkeer aanleiding kan geven, was ingevolge de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen verzekerd bij Delta Lloyd. Delta Lloyd heeft aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend.
?Teneinde de gevolgen van het ongeval voor [eiseres] te beoordelen, heeft op verzoek van (de medisch adviseur van) Delta Lloyd in 2005 een medische expertise plaatsgehad door dr. E.A.C.M. Sanders, neuroloog. In de naar aanleiding van dit onderzoek gemaakte zakelijke rapportage van 9/21 november 2005 (productie 3 conclusie van antwoord in het incident) is als diagnose vermeld een “flexie/extensie acceleratie/deceleratie non-contact trauma van de cervicale wervelkolom met enige late gevolgen hiervan”. In het rapport is verder vermeld dat [eiseres] sinds het ongeval belastingafhankelijke pijnklachten heeft van nek en schouder, dat zij moeite heeft met concentreren maar dat er geen aperte geheugen- of concentratiestoornissen bestaan, en dat er sprake is van een medisch eindstadium. De klachten kunnen als gevolg van het ongevalsmechanisme worden verklaard en zouden, voor zover na te gaan, niet zijn ontstaan als [eiseres] het ongeval niet was overkomen, aldus de neuroloog in zijn rapport. Als antwoord op vraag 6d (Wilt u de door u aanwezig geachte beperkingen zo uitgebreid mogelijk omschrijven en zo nodig toelichten ten behoeve van een eventueel in te schakelen arbeidsdeskundige?) is vermeld:
“De belemmeringen die betrokkene aangeeft zijn als volgt: zitten is onbeperkt, alhoewel ze bij zitten in voorovergebogen houding nekpijnklachten krijgt. Het staan, lopen en traplopen is onbeperkt. Het klimmen en klauteren is eveneens onbeperkt. Knielen, kruipen en hurken is voor zover daar nekbewegingen aan te pas komen licht beperkt. Het gebogen werken, bukken, torderen en het gebruik van de nek is beperkt, voornamelijk door de nekpijnklachten en schouderpijnklachten, die ontstaan bij het verrichten van inspannende werkzaamheden of het blijvend in dezelfde houding zijn van de nek. Het reiken en het boven schouderhoogte werken geeft nekpijnklachten en is daardoor beperkt. Het hand- en vingergebruik is niet beperkt. Het tillen, duwen en trekken is beperkt vanwege het ontwikkelen van nekpijnklachten bij het verrichten van krachtsinspanning. De vibratiebelasting is normaal. Er is geen persoonlijk risico. Er zijn geen psychisch belastende factoren, behalve dat betrokkene op dit moment wat sneller in paniek lijkt te raken van onverwachte gebeurtenissen.”
Verder is in het rapport vermeld dat bij neurologisch onderzoek geen neurologische afwijkingen geconstateerd worden en dat op grond van de richtlijnen van de AMA en de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie 2001 geen (percentage) functieverlies kan worden aangegeven omdat er tijdens het onderzoek geen bewegingsbeperking van de cervicale wervelkolom geconstateerd is. Hierover is bij het antwoord op vraag 7b in het rapport vermeld: “Op grond van de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie daterend van 2001 is het niet mogelijk om enig functieverlies voor de gehele persoon aan te geven. Dit heeft te maken met het feit dat er bij neurologisch onderzoek geen neurologische afwijkingen worden geconstateerd en er een normale beweeglijkheid is van de cervicale wervelkolom, ondanks het feit dat er pijn wordt aangegeven. Het percentage functieverlies voor de gehele persoon is 0%, echter dit betekent niet dat betrokkene niet door de pijnklachten belemmerd is in haar functioneren. De belemmeringen hebben met name betrekking op lichamelijke inspanning en op het uitoefenen van haar beroep als zilversmid.”
?In een brief van 27 november 2003 van dr. Sanders aan de medisch adviseur van Delta Lloyd is onder meer vermeld: “Ondergetekende accordeert de opmerking van betrokkene dat ze haar werkzaamheden als zilversmid in het geheel nog niet kan uitoefenen omdat ze geen zware hamers kan tillen bij het bewerken van plaatwerk”.
?[eiseres] had medio 2003 haar MTS-opleiding zilver- en goudsmeden met succes beëindigd. Na het ongeval is op instigatie van Delta Lloyd een reïntegratietraject gestart door de registerarbeidsdeskundige J.J.A. Hosli (Van Brunschot, Van Summeren, Hagoort te Uden), hetgeen niet heeft geleid tot betaalde arbeid als zilver- en/of goudsmid. De rapporten van de arbeidsdeskundige zijn bij dagvaarding als producties 9 tot en met 13 overgelegd. Ook buiten voornoemd vakgebied heeft [eiseres] geen bestendige betaalde arbeid verkregen.
?Delta Lloyd heeft als voorschot op de schadevergoeding eur 45.000,00 aan [eiseres] betaald, waarvan eur 37.000,00 op de arbeidvermogensschade, eur 5.000,00 op het smartengeld, terwijl eur 3.000,00 onder algemene titel betaalbaar is gesteld.