ECLI:NL:RBBRE:2008:BG5126
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Hund
- C.A.F.M. Stassen
- G.H.C. Blommers
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat dividendbelasting is verschuldigd bij liquidatie-uitkering ondanks belastingverdragen
Belanghebbende, een in Nederland gevestigde dochtermaatschappij van een Amerikaanse vennootschap, heeft haar gehele vermogen ingebracht in een Luxemburgse vennootschap en is vervolgens geliquideerd. De liquidatie-uitkering aan de moedermaatschappij leidde tot naheffingsaanslag dividendbelasting.
Belanghebbende betwist de aanslag en beroept zich primair op het belastingverdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten, subsidiair op het verbod van discriminatie in dat verdrag, het vriendschapsverdrag en het EG-Verdrag. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende zowel inwoner van Nederland als van de VS is, maar dat overleg over de dubbele vestigingsplaats ontbreekt, waardoor geen voordelen uit het verdrag kunnen worden genoten behalve non-discriminatie.
De rechtbank verwerpt alle beroepen van belanghebbende. Het primaire beroep op artikel 14 van Pro het verdrag faalt omdat belanghebbende niet uitsluitend inwoner van de VS is. Het beroep op discriminatie faalt omdat belanghebbende geen onderdaan van de VS is en het geschil ziet op de dividenduitkering van belanghebbende zelf, niet op de aandeelhouder. Ook het beroep op het vriendschapsverdrag en het EG-Verdrag wordt afgewezen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag dividendbelasting.