ECLI:NL:RBBRE:2008:BG5020
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H.C. Blommers
- D. Hund
- M.G.J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek BPM-vrijstelling voor in België gehuurde auto door inwoner Nederland
Belanghebbende, woonachtig in Nederland, huurde op 1 juli 2007 een auto in België voor twaalf maanden. Deze auto, voorzien van een Belgisch kenteken, werd in Nederland gebruikt zonder dat BPM was betaald of een vrijstelling was verleend. Belanghebbende verzocht om vrijstelling van BPM, maar de inspecteur wees dit verzoek af.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet voldeed aan de voorwaarden uit de artikelen 2 tot en met 4 van het Uitvoeringsbesluit BPM, waardoor geen recht op vrijstelling bestaat. Ook een beroep op de artikelen 37 tot en met 39 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) werd verworpen, omdat deze bevoegdheden uitsluitend aan de wetgever toekomen.
Verder stelde belanghebbende dat de BPM-heffing in strijd zou zijn met het EG-Verdrag, maar de rechtbank stelde dat dit pas relevant is wanneer daadwerkelijk BPM wordt geheven. Gezien deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot BPM-vrijstelling wordt ongegrond verklaard.