ECLI:NL:RBBRE:2008:BG1887
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslag en boete wegens Ponzi-zwendel niet passend
Belanghebbende had geld ter beschikking gesteld aan een Duitse onderneming die hoge rendementen beloofde, maar uiteindelijk in 2002 failliet ging. De inspecteur legde navorderingsaanslagen en een vergrijpboete op over de jaren 1999-2003, waarbij de ontvangen bedragen als rente-inkomsten werden aangemerkt.
De rechtbank stelt vast dat de overeenkomst tussen belanghebbende en de onderneming een leningsovereenkomst betreft en dat de vergoedingen als rente uit vermogen moeten worden belast volgens artikel 24 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het feit dat de onderneming later failliet ging en niet kon aflossen doet hieraan niet af.
De rechtbank wijst het beroep toe door de aanslag te verminderen naar een belastbaar inkomen van f 71.396 en matigt de boete aanzienlijk tot f 225 vanwege de financiële situatie van belanghebbende en zijn gezin. Tevens veroordeelt zij de inspecteur in de proceskosten en vergoedt het griffierecht.
Uitkomst: De navorderingsaanslag is verminderd en de boete gematigd tot € 102,10 vanwege de financiële situatie van belanghebbende.