ECLI:NL:RBBRE:2008:BG1795
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag en boete wegens onvoldoende bewijs administratiegebreken
Belanghebbende, een BV, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting en een vergrijpboete voor de jaren 1998 tot en met 2001. De inspecteur stelde dat de administratie van belanghebbende gebreken vertoonde en dat er te weinig omzet was verantwoord, wat leidde tot een naheffing en boete.
Tijdens de zitting op 27 augustus 2008 stelde de rechtbank vast dat hoewel er enkele tekortkomingen in de administratie waren, deze onvoldoende waren om de bewijslast om te keren. De inspecteur slaagde er slechts gedeeltelijk in aannemelijk te maken dat er te weinig omzet was verantwoord, namelijk een bedrag van circa € 24.582 aan te betalen omzetbelasting.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende voor een deel van de naheffing terecht werd aangeslagen, maar dat de boete moest worden verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn en onvoldoende bewijs voor het overige deel van de naheffing. De boete werd verlaagd van € 22.165 naar € 8.000. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boete worden verminderd en het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard.