ECLI:NL:RBBRE:2008:BG1760
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag omzetbelasting en vergrijpboete terecht opgelegd met boetevermindering wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende, een BV, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting over het jaar 2000 van €9.746 en een vergrijpboete van €4.873 wegens het niet voldoen van gefactureerde btw. De inspecteur baseerde de naheffingsaanslag op facturen en grootboekoverzichten waaruit bleek dat een deel van de gefactureerde omzetbelasting niet was aangegeven.
Tijdens het onderzoek ter zitting werd vastgesteld dat belanghebbende verplicht was het factuurstelsel te hanteren en dat de gefactureerde omzetbelasting op enig moment in 2000 verschuldigd was geworden. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat de gefactureerde bedragen niet ontvangen waren of aan een ander jaar toebehoorden. De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht en correct was opgelegd.
Wat betreft de boete stelde de rechtbank vast dat belanghebbende willens en wetens de kans heeft aanvaard dat een deel van de omzetbelasting niet werd voldaan, wat voorwaardelijk opzet oplevert. De boete werd echter verminderd van €4.873 tot €1.800 vanwege de overschrijding van de redelijke termijn van berechting. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt bevestigd, de vergrijpboete verminderd tot €1.800 wegens termijnoverschrijding.