ECLI:NL:RBBRE:2008:BF6005
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting gedoogde coffeeshop wegens overschrijding handelsvoorraad
Verzoekster exploiteert een gedoogde coffeeshop die op 10 juni 2008 werd gecontroleerd. Daarbij werd een handelsvoorraad softdrugs van ruim 129 kilogram aangetroffen, verdeeld over de coffeeshop zelf en aangrenzende kantoor- en kelderruimtes. Verweerder, de burgemeester van Tilburg, besloot op grond van artikel 13b van de Opiumwet tot sluiting van de coffeeshop voor een maand.
Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om de sluiting te schorsen. Zij stelde dat de kantoorruimte niet tot de coffeeshop behoorde en dat de hoeveelheid softdrugs daar niet aan de handelsvoorraad toegerekend kon worden. Tevens voerde zij aan dat verweerder had moeten volstaan met een waarschuwing volgens het geldende beleid.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de kantoorruimte en de kelderruimte als onderdeel van de coffeeshop moeten worden gezien, mede vanwege het gebruik als opslag en de aanwezigheid van een monitor met live beelden van de coffeeshop. Verweerder mocht de sluiting opleggen zonder eerst een waarschuwing te geven, omdat sprake was van een structurele overschrijding van de handelsvoorraad en een professionele aanpak die niet in de richtlijnen was verdisconteerd.
De voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het belang van onmiddellijke uitvoering van het besluit zwaarder woog dan het nadeel voor verzoekster. Het besluit tot sluiting voor een maand werd als niet onredelijk beoordeeld.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de coffeeshop voor een maand wordt afgewezen.