ECLI:NL:RBBRE:2008:BF0195
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling winstverdeling vennootschap onder firma in belastingaanslag 2002
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de door de inspecteur vastgestelde winstverdeling over 2002 in een vennootschap onder firma, waarbij de inspecteur het aandeel van belanghebbende op 50% stelde in plaats van het door haar opgegeven 36,7%.
De rechtbank oordeelde dat er geen overeenstemming was tussen belanghebbende en de medevennoot over de winstverdeling, zoals vereist in de vennootschapsakte. Het civielrechtelijke geschil en het uitblijven van arbitrage maakten dat de inspecteur op redelijke gronden het aandeel op 50% mocht stellen.
De rechtbank verwierp het argument dat het vertrek van de medevennoot en het meenemen van klanten invloed had op de winstverdeling over 2002. Ook het feit dat drie van de vier firmanten de verdeling hadden goedgekeurd, deed hier niet aan af.
De inspecteur had aannemelijk gemaakt dat de winstverdeling over de jaren 1995 tot 2002 steeds op basis van 50% was toegepast, hetgeen belanghebbende onvoldoende had weersproken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde partijen niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de winstverdeling op 50% vastgesteld.