ECLI:NL:RBBRE:2008:BE8614
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kooijman
- Dekker
- Prenger
- Rechtspraak.nl
Ontnemingsvordering wegens productie van MDMA en amfetamine in drugslaboratorium
De rechtbank Breda behandelde een ontnemingszaak tegen een veroordeelde die betrokken was bij de productie van MDMA en amfetamine in een drugslaboratorium. De ontnemingsvordering werd ingesteld door de officier van justitie na een eerdere veroordeling van de veroordeelde voor deelname aan een criminele organisatie en medeplegen van drugshandel.
De rechtbank baseerde haar oordeel op verklaringen van mededaders en objectieve bewijsmiddelen, waarbij de productiehoeveelheden van amfetamine en MDMA werden vastgesteld op respectievelijk 195 kilo en 400 kilo na aftrek van aangetroffen hoeveelheden. De bruto opbrengst werd berekend op basis van onbestreden verkoopprijzen van €1350 per kilo amfetamine en €0,40 per pil MDMA, resulterend in een totaal van €1.861.850.
Verschillende kostenposten werden in mindering gebracht, waaronder inkoop van grondstoffen, huur van het pand, vergoedingen aan medeverdachten en overige materiaalkosten, wat leidde tot aftrekbare kosten van €1.169.435. De rechtbank verwierp het verzoek tot het horen van getuigen en het betoog dat ook kosten van in beslag genomen drugs als aftrekpost moesten gelden. Uiteindelijk werd het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €346.207,50, dat hoofdelijk werd toegerekend aan de veroordeelde en zijn medeverdachten.
De rechtbank ging niet mee in het verweer dat de veroordeelde onvoldoende draagkracht had om het bedrag te betalen, omdat geen aannemelijkheid bestond dat hij in de toekomst geen draagkracht zou hebben. Het vonnis werd uitgesproken in aanwezigheid van de griffier, waarbij een van de rechters niet kon medeondertekenen.
Uitkomst: De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €346.207,50 en wijst het verzoek tot het horen van getuigen af.