ECLI:NL:RBBRE:2008:BD5903
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Hund
- J.J.J. Engel
- C.A.F.M. Stassen
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke kwalificatie en boete bij onjuiste jaarrekeningpost Canadese maatschap
Belanghebbende had in haar jaarrekening een aandeel in een Canadees maatschapsvermogen opgenomen, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet aannemelijk was gemaakt en kwalificeerde het als een vordering uit hoofde van een geldlening. De rechtbank stelde vast dat rente en valutaresultaten tot de belastbare winst behoren en bepaalde de rente in goede justitie op 6,5%.
De rechtbank nam het standpunt van de inspecteur over dat de geldlening direct opeisbaar was en dat de valutaresultaten berekend moesten worden aan de hand van de koers van de Canadese dollar. De rechtbank corrigeerde het belastbare bedrag en stelde de aanslag vennootschapsbelasting en de vergrijpboete naar beneden bij.
De vergrijpboete werd bevestigd omdat belanghebbende, ondanks kennis van het feit dat er geen deelname in een Canadese onderneming was, toch een onjuiste aangifte deed door het bedrag als zodanig te presenteren. De rechtbank vond dat belanghebbende de aanmerkelijke kans op een onjuiste aangifte heeft aanvaard.
De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, kwalificeert de post als geldlening, bevestigt de vergrijpboete met vermindering en vermindert de aanslag vennootschapsbelasting.