ECLI:NL:RBBRE:2008:BD5897
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Hund
- J.J.J. Engel
- C.A.F.M. Stassen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over kwalificatie aandeel in Canadees maatschapsvermogen en vergrijpboete
Belanghebbende had in haar jaarrekening een aandeel in een Canadees maatschapsvermogen opgenomen. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een aandeel in een onderneming, maar dat het bedrag moet worden beschouwd als een vordering uit hoofde van een geldlening verstrekt aan de maatschap gedreven door de betrokken personen in Canada.
De rechtbank stelt vast dat rente en valutaresultaten over deze lening tot de belastbare winst behoren. Het rentepercentage wordt in goede justitie vastgesteld op 6,5%, en het valutaresultaat wordt berekend aan de hand van de koers van de Canadese dollar. De inspecteur had een vergrijpboete van 50% opgelegd wegens het onjuist presenteren van de lening als een aandeel, wat volgens de rechtbank terecht is omdat belanghebbende redelijkerwijs op de hoogte had moeten zijn van het risico van een onjuiste aangifte.
Vanwege overschrijding van de redelijke termijn wordt de boete verminderd tot 45% (€ 40.600). Het beroep tegen de aanslag wordt ongegrond verklaard, het beroep tegen de boete gegrond. De inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de boete gegrond en vermindert de boete tot € 40.600, terwijl het beroep tegen de aanslag ongegrond wordt verklaard.