ECLI:NL:RBBRE:2008:BD4743
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Hermans
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot vaststelling dwangakkoord bij schuldenregeling
De rechtbank Breda behandelde op 18 februari 2008 het verzoek van een schuldenaar tot vaststelling van een dwangakkoord op grond van artikel 287a Faillissementswet. De schuldenaar had een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, waaronder VGZ Zorgverzekeraar, die als enige schuldeiser weigerde in te stemmen vanwege het beleid geen saneringsvoorstellen meer te accepteren.
De aangeboden schuldregeling hield in dat 78,64% van de vordering na drie jaar zou worden betaald, gebaseerd op het huidige inkomen en een vrij te laten bedrag. VGZ stelde dat de regeling onvoldoende zekerheid bood en dat zij pas medewerking verleent indien een deel van de schuld direct wordt voldaan. De rechtbank overwoog dat de uitkering aan VGZ in het minnelijk traject vergelijkbaar is met die in het wettelijk traject, waarbij ook kosten en onzekerheden meespelen.
De rechtbank concludeerde dat VGZ in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, omdat het alternatief van de schuldsaneringsregeling voor VGZ geen gunstiger vooruitzicht biedt. De rechtbank wees het verzoek toe, veroordeelde VGZ in de proceskosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord wordt toegewezen en VGZ wordt veroordeeld tot instemming met de schuldregeling.