ECLI:NL:RBBRE:2008:BD1692
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Boekhoudkundige winstcorrecties en persoonlijke uitgaven aangemerkt als dividenduitdeling
Bij de BV van belanghebbende werd een boekenonderzoek ingesteld waarbij winstcorrecties werden aangebracht voor uitgaven aan kleding, juwelen, kunst en overige kosten over de jaren 1999 tot en met 2003. Tijdens een inval door de FIOD werden aanzienlijke hoeveelheden persoonlijke goederen aangetroffen bij belanghebbende thuis en in een bankkluis.
De kern van het geschil betrof de vraag of deze uitgaven zakelijk waren of als dividenduitdeling moesten worden aangemerkt. De inspecteur stelde dat de uitgaven uitsluitend dienden ter bevrediging van persoonlijke behoeften van belanghebbende en daarom niet aftrekbaar waren. Belanghebbende voerde aan dat de uitgaven deels zakelijk waren.
De rechtbank concludeerde dat de inspecteur aannemelijk had gemaakt dat de uitgaven voor kleding, juwelen en kunst persoonlijk waren, mede gelet op verklaringen van winkelpersoneel en het ontbreken van zakelijke onderbouwing in de administratie. De omkering van de bewijslast wegens het niet doen van de vereiste aangifte leidde tot het ongegrond verklaren van het beroep. De uitspraak op bezwaar werd bevestigd en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de winstcorrecties worden bevestigd.