ECLI:NL:RBBRE:2008:BC9273
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navordering wegens onjuiste lijfrenteaftrek na onbetrouwbare renseignering verzekeringsmaatschappij
Belanghebbende deed aangifte inkomstenbelasting 2002 met aftrek van €5.445 aan lijfrentepremies. Na een boekenonderzoek en aanvullend onderzoek naar de lijfrentepolis concludeerde de inspecteur dat een deel van de premies (€2.269) niet aftrekbaar was omdat de polis niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden. De inspecteur legde daarop een navorderingsaanslag op.
Belanghebbende betwistte dat de inspecteur beschikte over een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt. De rechtbank overwoog dat de inspecteur bij de primitieve aanslag mocht uitgaan van de juistheid van de aangifte, tenzij er redelijke twijfel bestond. De renseigneringen van verzekeringsmaatschappijen over betaalde premies waren voor 2001 en 2002 onbetrouwbaar, zodat de inspecteur toen geen directe controle kon uitvoeren.
Pas na ontvangst van een brief van belanghebbende in 2006 werd duidelijk dat een deel van de premies niet aftrekbaar was. Dit vormde een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2002 wordt ongegrond verklaard wegens een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt.