ECLI:NL:RBBRE:2008:BC6484
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.W.J.M. Nollen
- W.C.J. Bakx
- Th. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen meervoudige strafkamer in loverboyszaak
In deze strafzaak, bekend als de loverboyszaak, heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de meervoudige strafkamer van de rechtbank Breda. Verzoeker wilde het pleidooi in zijn zaak voeren nadat de zaak van een medeverdachte was behandeld, omdat deze medeverdachte belastende verklaringen had afgelegd die van belang waren voor zijn verdediging.
De strafkamer wees het verzoek tot verdaging af met het argument dat het onderzoek in de zaak van verzoeker niet onvolledig was en dat er nog een mogelijkheid bestond om de medeverdachte als getuige te horen indien zij in haar eigen zaak een afwijkende verklaring zou afleggen. De rechtbank stelde dat de strafkamer onpartijdig was en geen schijn van vooringenomenheid had gewekt.
De verdediging kon niet aantonen dat het pleidooi onvolledig was of dat er een gerechtvaardigd belang bestond om het pleidooi uit te stellen. De rechtbank bevestigde dat de strafkamer haar ambtshalve taak correct had uitgevoerd en dat het wrakingsverzoek daarom moest worden afgewezen.
De zaak werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens het wrakingsverzoek. De beslissing werd uitgesproken op 28 februari 2008 door de rechters Nollen, Bakx en Peters.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de meervoudige strafkamer wordt afgewezen wegens gebrek aan schijn van partijdigheid.