ECLI:NL:RBBRE:2008:BC3345
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering werknemer wegens geen schending werkgeversverplichting bij vroegpensioen
Werknemer, werkzaam bij Diamant Groep, vroeg vanwege onzekerheid over versobering van de pensioenregeling vroegpensioen aan en verzocht om beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 1 maart 2006. Later bleek dat een nieuwe, gunstigere pensioenregeling mogelijk was, maar werknemer had dit niet kenbaar gemaakt om zijn eerdere keuze terug te draaien.
Werknemer stelde dat werkgever hem niet tijdig had geïnformeerd over de nieuwe regeling en daardoor onrechtmatig had gehandeld, wat schade veroorzaakte. Werkgever stelde dat werknemer op basis van beschikbare informatie bewust had gekozen voor vroegpensioen en dat de informatievoorziening adequaat was geweest.
De kantonrechter oordeelde dat op het moment van de aanvraag en beëindiging de definitieve regeling nog niet bekend was en dat werknemer niet in dwaling had gehandeld. De mededelingsplicht van werkgever was niet geschonden, omdat werknemer zelf verantwoordelijk was om nieuwe informatie te verwerken en zijn keuze eventueel te herzien.
Verwijten jegens het pensioenfonds werden buiten beschouwing gelaten omdat dit geen partij was. De vordering van werknemer werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van werknemer wordt afgewezen wegens geen schending van werkgeversverplichting bij vroegpensioen.