ECLI:NL:RBBRE:2008:BC3089
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Wijziging ondercuratelestelling met benoeming van één opvolgend curatrice na overlijden curator
De rechtbank Breda behandelde een verzoek tot wijziging van een ondercuratelestelling vanwege het overlijden van de laatst benoemde curator. De verzoekster vroeg om benoeming van twee opvolgend curatrices, maar de kantonrechter hield vast aan het wettelijke uitgangspunt dat slechts één curator benoemd wordt, zoals bepaald in art. 1:383 lid 1 BW Pro.
De rechtbank overwoog dat het arrest van de Hoge Raad van 1 december 2000, waarin meer dan één curator werd toegestaan, niet van toepassing is omdat die zaak een bijzondere gezinsrechtelijke situatie betrof. Hier was geen sprake van een dergelijke omstandigheid, zodat het wettelijk uitgangspunt prevaleert.
De kantonrechter benoemde vervolgens mw. A. M., werkzaam bij Stichting Prospor Beheer & Bewindvoeringen, tot opvolgend curatrice. Er waren geen bezwaren van belanghebbenden of de officier van justitie. De nieuwe curatrice kan geen verantwoording afleggen over de periode van haar voorganger; haar taak vangt aan na de beschikking.
Een kopie van de beschikking wordt gezonden aan de griffier van de rechtbank te ’s-Gravenhage voor aantekening in het Curateleregister.
Uitkomst: De kantonrechter wijst het verzoek toe en benoemt één opvolgend curatrice na het overlijden van de vorige curator.