ECLI:NL:RBBRE:2007:BO5379
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Van Oijen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot eenhoofdig gezag en gedeeltelijke ontzegging omgangsrecht vader
De vrouw verzocht de rechtbank om wijziging van het convenant uit 2005, waarbij zij alleen het gezag over de drie minderjarige kinderen zou krijgen en de man het omgangsrecht met hen zou worden ontzegd. De man betwistte dit verzoek. De Raad voor de Kinderbescherming bracht een rapport uit waarin werd geconcludeerd dat er geen gewijzigde omstandigheden waren die een gezagswijziging rechtvaardigen, maar dat omgang met de oudste twee kinderen niet mogelijk was vanwege hun afwijzing.
De rechtbank overwoog dat de communicatie tussen de ouders gebrekkig is, maar dat dit niet automatisch betekent dat het gezag aan één ouder moet worden toegekend. Er waren geen concrete aanwijzingen dat gezamenlijke gezagsuitoefening de belangen van de kinderen schaadt. De omgang met de oudste twee kinderen werd ontzegd vanwege hun duidelijke afwijzing, terwijl omgang met de jongste kind werd toegestaan met een beperkte frequentie van één middag per maand.
De rechtbank compenseerde de proceskosten en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Het verzoek tot eenhoofdig gezag werd afgewezen, het verzoek tot ontzegging omgangsrecht werd gedeeltelijk toegewezen voor de twee oudste kinderen en afgewezen voor de jongste.
Uitkomst: Verzoek tot eenhoofdig gezag afgewezen, omgangsrecht man ontzegd voor twee oudste kinderen en beperkt toegestaan voor jongste kind.