ECLI:NL:RBBRE:2007:BN0892
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.A. den Hartog
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen aanslag inkomstenbelasting en boetebeschikking 2003
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2003 en tegen een boetebeschikking van 50% van het aanslagbedrag. De kern van het geschil betrof de vraag of een UWV-uitkering terecht niet als negatief loon was aangemerkt, of reiskosten terecht niet in aanmerking waren genomen, en of de boete terecht was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de terugbetalingsverplichting aan het UWV betrekking had op het aanslagjaar 2003 en dat de reiskosten niet concreet waren gespecificeerd. Hierdoor werd het gelijk aan de inspecteur gegeven. Ten aanzien van de boete stelde de rechtbank vast dat belanghebbende bewust het risico had aanvaard door de UWV-uitkering niet als inkomen aan te geven, terwijl wel loonbelasting was afgetrokken, en dat de inspecteur voldoende bewijs had geleverd van opzet.
De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde de boete. Verder wees zij erop dat de aanslag premie Ziekenfondswet apart behandeld moet worden en dat hierover geen beslissing in deze procedure is genomen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting en boetebeschikking 2003 wordt ongegrond verklaard en de boete bevestigd.