ECLI:NL:RBBRE:2007:BG6488
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen bouwlegesverhoging voor reeds aangevangen bouw zonder vergunning
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de verhoging van bouwleges van €300 die werd opgelegd vanwege het starten van bouwwerkzaamheden zonder vergunning. Op 23 november 2005 constateerden gemeentelijke ambtenaren dat op het perceel een berging werd gebouwd zonder vergunning. Belanghebbende kreeg opdracht de bouw stil te leggen en een vergunning aan te vragen.
Op 6 maart 2006 diende belanghebbende alsnog een vergunningaanvraag in, waarbij een foto werd overgelegd die vrijwel identiek was aan de constatering van 23 november 2005. De vergunning werd op 28 maart 2006 verleend, waarbij de reeds verrichte bouwwerkzaamheden werden gelegaliseerd. De gemeente bracht op grond van de legesverordening een toeslag van €300 in rekening.
Belanghebbende stelde dat deze toeslag een boete was en niet correct was opgelegd, en voerde ook schending van het gelijkheidsbeginsel aan. De rechtbank oordeelde dat de toeslag een vergoeding is voor extra kosten van de gemeente en niet in strijd is met wettelijke bepalingen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de bouwlegesverhoging van €300 wordt ongegrond verklaard.