ECLI:NL:RBBRE:2007:BC1344
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring administratieve sanctie wegens tijdigheid beroepschrift
Betrokkene stelde beroep in tegen een administratieve sanctie opgelegd door de officier van justitie. De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift te laat was ontvangen. Betrokkene stelde dat het beroepschrift op 20 mei 2007 was ingediend, binnen de zeswekentermijn die op 23 mei 2007 afliep.
De kantonrechter oordeelde dat op grond van artikel 6:9 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het beroepschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, ook al is het pas na de termijn ontvangen, mits binnen een week na afloop. Omdat het beroepschrift binnen die week werd ontvangen en er geen poststempel op de envelop zat, achtte de kantonrechter het beroep ontvankelijk.
De kantonrechter was niet overtuigd dat alle post bij binnenkomst bij het Centraal Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) dezelfde dag wordt afgestempeld, waardoor het ontbreken van een poststempel niet doorslaggevend was. De beslissing van de officier van justitie werd vernietigd en de zekerheidstelling van €130 aan betrokkene terugbetaald.
Tenslotte werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken bij het gerechtshof te Leeuwarden onder voorwaarden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt vernietigd.