ECLI:NL:RBBRE:2007:BC1075
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens arbeidsongeschiktheid niet kennelijk onredelijk, wel schadevergoeding
Eiser was sinds 1990 in dienst bij Delta Lloyd als financieel adviseur en werd in december 2001 ziekgemeld vanwege keelkanker. Na een ingrijpende operatie was hij arbeidsongeschikt en ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Vanaf september 2003 hervatte hij aangepast werk. Delta Lloyd kreeg in oktober 2006 toestemming van de CWI om de arbeidsovereenkomst op te zeggen wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, waarna het ontslag per 1 april 2007 inging.
Eiser stelde dat hij op het moment van ontslag weer geschikt was voor zijn eigen werk, onderbouwd met medische en arbeidskundige beoordelingen uit januari 2007, en dat Delta Lloyd onvoldoende had gedaan aan interne en externe herplaatsing. Delta Lloyd betwistte dit en stelde dat er geen passende functies beschikbaar waren en dat eiser onvoldoende meewerkte aan re-integratie.
De kantonrechter oordeelde dat de beoordeling van de opzegging in principe plaatsvindt op het moment van de opzegging (21 november 2006). Hoewel de arbeidsgeschiktheid van eiser later verbeterde, was niet zonder meer sprake van een kennelijk onredelijke opzegging. Wel achtte de rechter de nadelige gevolgen van het ontslag in onderlinge samenhang voldoende om het ontslag kennelijk onredelijk te verklaren.
Herstel van de arbeidsovereenkomst werd afgewezen, maar een schadevergoeding van €15.000 werd toegewezen, omdat de kantonrechtersformule niet passend was. Delta Lloyd werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken op 19 december 2007 door mr. M.G.W.M. Stienissen.
Uitkomst: Het ontslag van eiser is kennelijk onredelijk, Delta Lloyd moet €15.000 schadevergoeding betalen, herstel arbeidsovereenkomst wordt afgewezen.