ECLI:NL:RBBRE:2007:BC0011
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onherstelbare vertrouwensbreuk met vergoeding
De werkneemster, sinds 1991 in dienst bij de werkgever, verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een onherstelbare vertrouwensbreuk, met toekenning van een vergoeding van ruim €118.000 bruto. Eerder had de werkgever een voorwaardelijk ontbindingsverzoek ingetrokken waarbij een vergoeding van €85.000 was toegekend.
De werkneemster was sinds september 2006 ziek gemeld wegens spanningsklachten, maar werd door de arbodienst en UWV niet langer arbeidsongeschikt geacht. Zij weigerde terug te keren, waarna de werkgever de loonbetaling opschortte en haar op 6 juli 2007 op staande voet ontsloeg. De werkneemster betwistte de geldigheid van dit ontslag en stelde zich beschikbaar voor werk.
De kantonrechter oordeelde dat tussen partijen sprake is van een onherstelbare vertrouwensbreuk die de arbeidsrelatie beëindigt. De verwijten zijn niet overwegend aan één partij toe te schrijven, waardoor de vergoeding op neutrale gronden wordt vastgesteld. Gelet op de duur van het dienstverband en de leeftijd van de werkneemster, werd een billijke ontbindingsvergoeding van €60.000 bruto toegekend. Verzoeken tot aanvullende vergoedingen en kosten werden afgewezen. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 2 januari 2008.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 2 januari 2008 met een vergoeding van €60.000 bruto aan de werkneemster.