ECLI:NL:RBBRE:2007:BB9234

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
4 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
456666 ov 07-2690
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 237 lid 4 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot betaling van nakosten na eerdere proceskostenveroordeling

In deze zaak heeft verzoekende partij, een besloten vennootschap, een verzoek ingediend tot afgifte van een bevelschrift waarmee verwerende partij wordt bevolen een bedrag aan nakosten te betalen. Dit verzoek bouwt voort op een eerdere uitspraak van de kantonrechter van 25 mei 2005, waarbij verwerende partij werd veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Verzoekende partij stelde dat zij na de eerdere uitspraak kosten heeft gemaakt om verwerende partij tot nakoming van het vonnis te bewegen. Deze werkzaamheden zijn gespecificeerd in een bijgevoegde akte en tijdens de mondelinge behandeling niet weersproken, mede doordat verwerende partij niet is verschenen.

De kantonrechter oordeelt dat het verzoek gegrond is en stelt de nakosten vast op €100, conform het geldende liquidatietarief en gemaximeerd op dat bedrag. Verwerende partij wordt bevolen dit bedrag aan verzoekende partij te betalen tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Uitkomst: Verzoek tot betaling van nakosten van €100 wordt toegewezen en verwerende partij wordt daartoe veroordeeld.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
Sector kanton
Locatie Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 456666 OV VERZ 07-2690
beschikking d.d. 4 december 2007
op een verzoekschrift van
de besloten vennootschap LINDORFF B.V.,
voorheen genaamd TRANSFAIR B.V.,
gevestigd te Zwolle,
verzoekende partij,
gemachtigde: gerechtsdeurwaarder M.G. de Jong te Arnhem,
tegen
[verweerder],
wonende te [adres],
verwerende partij,
schriftelijk procederend.
1. Het verloop van het geding
1.1 De procesgang blijkt uit:
- het op 4 september 2007 ter griffie binnengekomen verzoekschrift, met bijlagen,
- het verweerschrift;
- de akte houdende bewijs ten behoeve van mondelinge behandeling van de zijde van verzoekende partij;
- de aantekeningen van de griffier tijdens de mondelinge behandeling van 27 november 2007 en het audiëntieblad van die zitting.
De inhoud van deze stukken geldt als hier ingelast.
2. Het verzoek en de beoordeling
2.1 Het verzoek strekt tot het afgeven van een bevelschrift, waarin verwerende partij wordt bevolen om aan verzoekende partij een bedrag ter zake van nakosten te betalen.
2.2 In de procedure tussen partijen met zaaknummer 342980 CV EXPL 05-1065 heeft de kantonrechter bij vonnis van 25 mei 2005 de vordering van verzoekende partij toegewezen en verwerende partij volledig veroordeeld in de proceskosten, tot aan de datum van de uitspraak begroot op € 550,10, waarvan € 270,00 aan salaris voor de gemachtigde van verzoekende partij.
2.3 Verzoekende partij heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat na deze rechterlijke uitspraak kosten in de zin van artikel 237 lid 4 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) zijn gemaakt teneinde verwerende partij tot nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van het vonnis te bewegen. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft verzoekende partij die werkzaamheden bij (aangehechte) akte gespecificeerd.
2.4 De verwerende partij heeft aangevoerd dat tussen partijen inmiddels een betalingsregeling is getroffen, waarvan alle termijnen door hem zijn voldaan. Verwerende partij is, met bericht van afwezigheid, niet op de mondelinge behandeling verschenen. De werkzaamheden, genoemd in de sub 2.3. genoemde akte, zijn derhalve niet weersproken.
2.5 Nu niet weersproken is dat de door verzoekende partij gestelde werkzaamheden zijn verricht zal het verzoek worden toegewezen. Het nasalaris van de gemachtigde van verzoekende partij wordt conform het geldende liquidatietarief vastgesteld en in het onderhavige geval gemaximeerd op € 100,00.
3. De beslissing
De kantonrechter:
- wijst het verzoek toe en stelt de nakosten, zoals bedoeld in artikel 237 lid 4 Rv Pro, vast op € 100,00;
- beveelt verwerende partij dit bedrag tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan verzoekende partij te betalen.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 december 2007, in tegenwoordigheid van de griffier.