ECLI:NL:RBBRE:2007:BB7610
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening hulp bij huishouden en zorg baby Wmo
Verzoekster, bekend met een neurologische aandoening en zwanger, vroeg op 9 mei 2007 diverse Wmo-voorzieningen aan, waaronder hulp bij het huishouden, hulp bij de verzorging van de baby, een traplift en een elektrische commode. De gemeente wees de aanvraag voor hulp bij het huishouden af omdat verzoeksters partner verondersteld werd het werk te kunnen verrichten. De trapliftaanvraag werd afgewezen omdat de verzorging overdag op de benedenverdieping kon plaatsvinden. De aanvraag voor een elektrische commode werd deels toegewezen.
Verzoekster stelde dat zij de voorzieningen direct nodig had vanwege haar ziekte en zwangerschap en dat haar partner, als zelfstandig ondernemer met lange werkdagen, niet in staat was de zorg op zich te nemen. Zij vorderde een voorlopige voorziening om de voorzieningen spoedig te verkrijgen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de gemeente nog aandacht kan besteden aan de overbelasting van de partner en dat verzoekster de hulp op eigen kosten kan regelen zonder nadelige gevolgen voor haar recht op vergoeding.
De rechter achtte geen spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening, mede omdat de elektrische commode spoedig geleverd zou worden en de traplift op eigen kosten aangeschaft kan worden. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor hulp bij het huishouden, zorg voor de baby, traplift en elektrische commode wordt afgewezen.