ECLI:NL:RBBRE:2007:BB7028
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Steenbeek
- J. Leijten
- J. Woerdeman
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot wraking rechter-commissaris in loverboyszaak wegens schijn van partijdigheid
In een strafzaak tegen meerdere verdachten in verband met loverboys heeft de rechtbank Breda op 31 oktober 2007 een verzoek tot wraking van de rechter-commissaris toegewezen. Het verzoek werd ingediend door de raadslieden van zes verdachten naar aanleiding van de gang van zaken tijdens het getuigenverhoor van een belastende getuige, de moeder van een in de Dominicaanse Republiek gedetineerde vrouw.
De rechter-commissaris had de getuige, de raadslieden en de officier van justitie na het verhoor het kabinet doen verlaten en vervolgens buiten aanwezigheid van de verdediging de verklaring van de getuige op schrift gesteld en laten ondertekenen. De verdediging werd niet toegestaan aanwezig te zijn bij het doorlezen van de verklaring, noch bij het stellen van vragen of het maken van opmerkingen, ondanks hun protesten en voorstellen tot een compromis.
De rechtbank oordeelde dat deze werkwijze een schending inhield van het recht op een eerlijk proces, omdat de verdediging niet adequaat kon participeren in het getuigenverhoor en daardoor in een achterstandspositie werd gebracht ten opzichte van het openbaar ministerie. Dit leverde een objectief gerechtvaardigd vermoeden van vooringenomenheid op jegens de rechter-commissaris.
Daarom verklaarde de rechtbank de wrakingsverzoeken ontvankelijk en wees deze toe. Verdere aangevoerde argumenten behoefden geen bespreking meer. De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer van de rechtbank Breda, bestaande uit mrs. Steenbeek, Leijten en Woerdeman.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter-commissaris wordt toegewezen wegens een objectief gerechtvaardigd vermoeden van vooringenomenheid.