ECLI:NL:RBBRE:2007:BB6439
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging voor tewerkstelling Poolse werknemers zonder vergunning in 2006
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Rechtbank Breda geoordeeld over een bestuurlijke boete van €56.000,- opgelegd aan een besloten vennootschap wegens het tewerkstellen van zeven Poolse werknemers zonder tewerkstellingsvergunning in februari 2006. De onderneming betwistte het besluit en voerde onder meer aan dat de werknemers in dienst waren van een Pools bedrijf en dat er sprake was van aanneming van werk, waardoor zij niet als werkgever kon worden aangemerkt.
De rechtbank stelde vast dat de Poolse werknemers weliswaar in dienst waren van het Poolse bedrijf, maar dat zij onder toezicht en met materialen van de verzoekster werkten, en dat de instructies van de voorman afkomstig waren van de verzoekster. Hierdoor werd verzoekster terecht als werkgever aangemerkt. Tevens was in februari 2006 voor Poolse werknemers nog een tewerkstellingsvergunning vereist, die verzoekster niet had.
Verzoekster beriep zich op het principe van toepassing van de meest gunstige wetgeving na wijziging van de regels per 1 mei 2007, maar de rechtbank oordeelde dat deze wijziging een tijdelijk karakter had en niet duidde op een ander oordeel over de strafwaardigheid van de overtreding. De boete was gebaseerd op beleidsregels die de zwaarte van de overtreding en afschrikwekkende werking weerspiegelen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die de boete onevenredig maakten.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit naar verwachting stand zal houden en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen boete voor tewerkstelling zonder vergunning wordt afgewezen.