ECLI:NL:RBBRE:2007:BB4822
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening van minderuren en niet-uitbetaalde vakantie-uren bij beëindiging arbeidsovereenkomst in de horeca
De werknemer was in dienst bij de werkgever met een fulltime contract van gemiddeld 38 uur per week, conform de Horeca-CAO. Na beëindiging van de arbeidsovereenkomst ontstond een geschil over de verrekening van minderuren en de uitbetaling van openstaande vakantie-uren.
De werknemer stelde dat hij recht had op uitbetaling van niet-genoten vakantie-uren en dat de verrekening van minderuren onterecht was, omdat hij zich altijd beschikbaar had gehouden en het risico van minder werk niet bij hem lag. De werkgever voerde aan dat er minder uren waren gewerkt dan betaald, dat deze minderuren waren verrekend met openstaande vakantie-uren en salaris, en dat dit was toegestaan op basis van de CAO en interne regels.
De rechtbank oordeelde dat verrekening van minderuren alleen is toegestaan voor het lopende kalenderjaar en niet voor voorgaande jaren. Voor 2006 werd een deel van de minderuren erkend en mocht deze worden verrekend. Voor de minderuren uit 2005 was verrekening niet toegestaan omdat het risico van minder werk niet bij de werknemer lag. De openstaande vakantie-uren moesten worden uitbetaald en het ingehouden salaris werd toegewezen. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Verrekening van minderuren is slechts toegestaan over het lopende kalenderjaar; openstaande vakantie-uren en ingehouden salaris worden toegewezen.