ECLI:NL:RBBRE:2007:BB3973
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen verlaging WWB-uitkering wegens niet-aanvaarden arbeid
Verzoekers ontvingen een bijstandsuitkering krachtens de Wet werk en bijstand (WWB). De gemeente Bergen op Zoom legde hen een maatregel op wegens het niet aanvaarden van een werkaanbod voor een periode van ten minste zes maanden, wat leidde tot een verlaging van de uitkering met 100% voor drie maanden. Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit en verzochten tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker het werkaanbod mondeling had geweigerd en niet was verschenen op uitnodigingen zonder bericht van verhindering. Tegelijkertijd bleek dat de gemeente niet adequaat had gereageerd op verzoekers herhaalde verzoeken om een gesprek over het reïntegratieproces, wat als onzorgvuldig werd beoordeeld. Hierdoor werd geconcludeerd dat ook de gemeente een verwijt trof, wat leidde tot een vermindering van de verwijtbaarheid aan de zijde van verzoeker.
Desondanks ontbrak het aan volledige afwezigheid van verwijtbaarheid bij verzoeker, zodat de voorlopige voorziening werd afgewezen. De gemeente kreeg de ruimte om in de bezwaarprocedure de maatregel te matigen, waarbij de rechter aangaf dat de wijze van matiging in een eventuele vervolgprocedure getoetst kan worden. De uitspraak is in het openbaar gedaan en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de verlaging van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.