ECLI:NL:RBBRE:2007:BB3121
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Leijten
- Rechtspraak.nl
Opheffing beslag wegens onvolledig en misleidend verzoekschrift in merkrechtgeschil
In deze zaak vorderen twee besloten vennootschappen, eiseressen, de opheffing van een beslag dat door gedaagde was gelegd op hun handelsvoorraad kleding met het merk Ragwear. Gedaagde is rechthebbende van het merk en had beslag gelegd wegens vermeende merkinbreuk. Eiseressen stellen dat zij op grond van een distributieovereenkomst gerechtigd waren de goederen te verkopen en dat het beslag onterecht is omdat essentiële feiten in het verzoekschrift tot beslaglegging zijn achtergehouden.
De rechtbank stelt vast dat gedaagde in het verzoekschrift een onvolledig beeld heeft gegeven door niet te vermelden dat partijen een langdurige exclusieve distributierelatie hadden die was beëindigd middels een vaststellingsovereenkomst. Deze overeenkomst regelt onder meer de afwikkeling van lopende orders en betalingsverplichtingen, waarover een geschil bestaat. Het ontbreken van deze informatie heeft de indruk gewekt dat sprake was van eenvoudige merkinbreuk, terwijl het in werkelijkheid gaat om een contractueel geschil.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het beslag daarom moet worden opgeheven, ook omdat kwade trouw van eiseressen niet aannemelijk is en het beslag ernstige gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering van eiseressen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het beslag op de handelsvoorraad wordt opgeheven wegens onvolledig en misleidend verzoekschrift.