ECLI:NL:RBBRE:2007:BB2771
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanslag inkomstenbelasting en heffingsrente over 2002
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2002, waarbij het belastbaar inkomen uit werk en woning en uit sparen en beleggen was vastgesteld, inclusief het eigenwoningforfait en heffingsrente. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de eigenwoningwaarde nihil was, zodat het forfait terecht was gebaseerd op de vastgestelde WOZ-waarde.
Ten aanzien van de heffingsrente overwoog de rechtbank dat deze binnen de wettelijke termijnen was opgelegd en dat de inspecteur geen verplichting had tot het opleggen van een voorlopige aanslag. Belanghebbende had geen verzoek daartoe ingediend. De rechtbank benadrukte dat heffingsrente geen straf is, maar een middel om gelijkheid te waarborgen tussen belastingplichtigen die moeten bijbetalen en zij die teruggaaf ontvangen.
Belanghebbende stelde dat er een toezegging was gedaan over een beperkte heffingsrente, maar kon dit niet aannemelijk maken. De rechtbank concludeerde dat de aanslag en heffingsrente correct waren vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting en heffingsrente over 2002 is ongegrond verklaard.