ECLI:NL:RBBRE:2007:BB2382
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beperkt verbod op concurrerende nevenactiviteiten werknemer zonder concurrentiebeding
De zaak betreft een geschil tussen werknemer [J.L.] en werkgever [HSS BV] over het verrichten van concurrerende nevenactiviteiten door de werknemer zonder dat een concurrentiebeding was overeengekomen. [J.L.] exploiteerde sinds april 2007 een eenmanszaak in jachtbemiddeling via internet, wat door [HSS BV] als concurrerend werd beschouwd.
[HSS BV] had op 4 juli 2007 ontslag op staande voet gegeven wegens concurrentie en fraude, hetgeen [J.L.] betwistte. De kantonrechter beoordeelde dat het ontslag op staande voet in een bodemprocedure waarschijnlijk stand zal houden, mede omdat [J.L.] zijn nevenactiviteiten niet aan [HSS BV] had gemeld en daarmee niet als goed werknemer had gehandeld.
Hoewel er geen concurrentiebeding was, oordeelde de rechtbank dat de nevenactiviteiten onrechtmatig waren en dat een volledig verbod te ver zou gaan. Daarom werd een beperkt verbod opgelegd voor de daadwerkelijk verrichte nevenactiviteiten, met een duur van één jaar en een gemaximeerde dwangsom. Dat de activiteiten niet meer werden uitgeoefend, stond niet aan het verbod in de weg vanwege de reële mogelijkheid van heractivering.
De vordering van [J.L.] tot voortzetting van de arbeidsovereenkomst werd afgewezen, en beide partijen werden in de proceskosten veroordeeld. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Vordering werknemer afgewezen; beperkt verbod op concurrerende nevenactiviteiten voor één jaar opgelegd met dwangsom.