ECLI:NL:RBBRE:2007:BB0443
Rechtbank Breda
- Kort geding
- M.M. Steenbeek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot staking en heraanbesteding in aanbestedingsprocedure inburgeringstrajecten
ROC West-Brabant vorderde in kort geding dat de gemeenten Breda, Etten-Leur en Oosterhout de aanbestedingsprocedure voor inburgeringstrajecten zouden staken en heraanbesteden wegens vermeende onregelmatigheden. De procedure betrof een Europese openbare aanbesteding volgens Richtlijn 2004/18/EG, met als doel het afsluiten van raamovereenkomsten voor verschillende inburgeringstrajecten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de bezwaren van ROC West-Brabant, waaronder onduidelijkheden in de prijsopbouw, het selectiecriterium voor het voorlopige keurmerk inburgering en de toepassing van selectiecriteria als gunningscriteria, onvoldoende gegrond waren. ROC West-Brabant had haar kritiek niet tijdig ingebracht en de gemeenten hadden zorgvuldig gehandeld binnen het beperkte aanbestedingsregime voor diensten.
De rechter concludeerde dat het niet nakomen van het maximale bedrag voor het onderdeel maatschappelijke begeleiding asielzoekers terecht leidde tot uitsluiting van de offerte voor dat perceel, om ongelijkheid tussen inschrijvers te voorkomen. Verder was er geen sprake van innerlijke tegenstrijdigheden in de selectiecriteria en was de heroverweging van de puntentoekenning transparant en gelijk voor alle inschrijvers.
Ten slotte werd geoordeeld dat de gemeenten zich niet hoefden te houden aan de termijn voor het verstrekken van de Nota van Inlichtingen zoals voorgeschreven in artikel 39 lid 2 BAO Pro, omdat deze niet van toepassing was op de 2B-procedure. ROC West-Brabant werd veroordeeld in de proceskosten. Het gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: De vordering tot staking en heraanbesteding van de aanbestedingsprocedure wordt afgewezen en ROC West-Brabant wordt veroordeeld in de proceskosten.