ECLI:NL:RBBRE:2007:BB0261
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsverplichting en opeisbaarheid toekomstige jaarhuren bij niet-nakoming overeenkomst reclame-uiting
Partijen sloten een vijfjarige overeenkomst waarbij de opdrachtnemer zich verbond een reclame-uiting te verzorgen en de opdrachtgever zich verplichtte daarvoor te betalen. De opdrachtgever stelde dat de overeenkomst na een jaar mondeling was beëindigd, maar kon dit niet voldoende bewijzen.
De opdrachtnemer baseerde haar vordering op niet-betaalde facturen en een beding in haar algemene voorwaarden dat bij niet-nakoming alle toekomstige jaarhuren ineens opeisbaar maakt. De opdrachtgever stelde dat dit beding onredelijk bezwarend was, maar kon dit niet onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat de opdrachtgever tekortschiet in zijn betalingsverplichtingen en dat het beding niet onredelijk bezwarend is. De vordering van de opdrachtnemer tot betaling van de hoofdsom, rente en incassokosten werd daarom toegewezen.
De rechtbank wees het verzet van de opdrachtgever af, bevestigde het verstekvonnis en veroordeelde hem tot betaling van de proceskosten van het verzet. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering tot betaling van openstaande facturen en toekomstige jaarhuren wordt toegewezen en het verzet wordt afgewezen.