ECLI:NL:RBBRE:2007:BA7537
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens schending motiveringsbeginsel en incompleet dossier in verkeersboetezaak
Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De zaak is behandeld op 26 april 2007 bij de kantonrechter in Breda. Zowel het Openbaar Ministerie als betrokkene waren niet aanwezig tijdens de zitting, ondanks behoorlijke oproeping.
De kantonrechter constateerde dat het dossier incompleet was omdat de beslissing van de officier van justitie niet was overgelegd, ondanks het verzoek daartoe. Tevens had het Openbaar Ministerie niet inhoudelijk gereageerd op het verweer van betrokkene, wat volgens de kantonrechter op het OM had moeten rusten.
Gelet op deze tekortkomingen oordeelde de kantonrechter dat sprake was van schending van het motiveringsbeginsel en een onvolledig dossier. Daarom werd het beroep van betrokkene gegrond verklaard, de beslissing van de officier van justitie vernietigd en bepaald dat het door betrokkene gestelde bedrag aan zekerheid aan hem moest worden terugbetaald.
De kantonrechter wees erop dat tegen deze beslissing geen hoger beroep mogelijk is ingevolge de Wahv. Hiermee kwam een einde aan de procedure.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene is gegrond verklaard, de beslissing van de officier van justitie vernietigd en het gestelde bedrag aan zekerheid terugbetaald.