ECLI:NL:RBBRE:2007:BA5078
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zakelijkheid licentievergoedingen bij overdracht merkenrecht binnen concern
Belanghebbende, een holdingmaatschappij, droeg haar merkenrecht over aan een gelieerde vennootschap binnen het concern en kreeg een licentie voor het gebruik van het merk tegen een vergoeding per verkocht product. De handelsnaam bleef bij belanghebbende. De inspecteur betwistte de zakelijkheid van de licentievergoedingen en stelde dat sprake was van een belastingbesparende constructie.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de overdracht en licentie een beschermingsconstructie betrof. De handelsnaam kon door meerdere partijen worden gebruikt, waardoor de bescherming beperkt was. Ook bleek dat de nieuwe merkhouder vooral onderdeel was van een fiscale planning binnen het concern.
De rechtbank concludeerde dat de licentievergoedingen niet zakelijk waren en dat de winst daardoor niet werd geraakt. Het beroep werd gegrond verklaard voor het jaar 1994 met een vermindering van de aanslag, terwijl de aanslagen voor 1995 en 1996 werden gehandhaafd. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De aanslag vennootschapsbelasting 1994 wordt verminderd, de aanslagen 1995 en 1996 worden gehandhaafd.