ECLI:NL:RBBRE:2007:BA3322
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing boetes wegens arbeid zonder tewerkstellingsvergunning voor buitenlandse studenten
De Arbeidsinspectie legde drie werkgevers boetes op van respectievelijk €472.000, €264.000 en €240.000 wegens het laten werken van buitenlandse studenten zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (WAV).
De werkgevers betwistten de boetes en voerden aan dat de studenten eerder een vergunning hadden, dat er onduidelijkheid was door trage besluitvorming en verwarrende correspondentie met de IND, CWI en gemeentelijke overheid, en dat de boetes onevenredig hoog waren. De voorzieningenrechter oordeelde dat de boetes punitief zijn en dat de motivering van de boeteoplegging onvoldoende was, met name ten aanzien van het evenredigheidsbeginsel en het beroep op afwezigheid van schuld.
Ook werd overwogen dat de studenten in sommige weken meer dan 10 uur werkten, wat volgens de werkgevers als gemiddeld aantal uren moet worden beoordeeld. De voorzieningenrechter vond dat verweerder dit standpunt onvoldoende had gemotiveerd.
Gezien de ernstige financiële gevolgen voor een van de werkgevers en de gebreken in de besluitvorming, schorst de rechtbank de boetebesluiten tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens worden de proceskosten en griffierechten aan de werkgevers vergoed.
Uitkomst: De rechtbank schorst de opgelegde boetes wegens arbeid zonder tewerkstellingsvergunning tot zes weken na de beslissing op bezwaar.