ECLI:NL:RBBRE:2007:BA2446
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hypotheekrenteaftrek en huurwaardeforfait na echtscheiding zonder fiscaal partnerschap
Belanghebbende en zijn ex-partner waren in 2003 gezamenlijk eigenaar van een woning. Na hun echtscheiding bleef belanghebbende in de woning wonen en betaalde hij de hypotheekrente. Zij hadden niet gekozen voor fiscaal partnerschap in hun belastingaangifte.
De inspecteur corrigeerde de belastingaangifte door de hypotheekrenteaftrek slechts voor de helft toe te staan, het huurwaardeforfait voor de helft bij het belastbaar inkomen op te tellen en een deel van het huurwaardeforfait als ontvangen alimentatie te waarderen. Belanghebbende betwistte deze correcties.
De rechtbank oordeelde dat de woning in 2003 voor de helft als eigen woning van belanghebbende moest worden aangemerkt, en dat de hypotheekrente alleen voor dat deel aftrekbaar was. De wettelijke regeling die volledige aftrek na echtscheiding waarborgt, geldt niet voor de partner die in de woning blijft wonen. De door belanghebbende betaalde hypotheekrente die betrekking heeft op het deel van de woning van zijn ex-partner kan niet als alimentatie worden afgetrokken.
Daarnaast werd het woongenot van het deel van de woning van de ex-partner dat belanghebbende gebruikte, gewaardeerd als ontvangen alimentatie en bij het inkomen opgeteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de correcties van de inspecteur worden bevestigd.