ECLI:NL:RBBRE:2007:BA2098
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Hund
- Rechtspraak.nl
BPM pas verschuldigd na afgifte keuringsbewijs door RDW en naar waarde op dat moment
Belanghebbende importeerde een beschadigde personenauto, merk Mini, en deed BPM-aangifte op basis van de waarde van € 4.700. De inspecteur weigerde aanvankelijk de aangifte, maar accepteerde enkele dagen later een hogere BPM op basis van de afschrijvingstabel van de Wet BPM, circa € 20.000. De rechtbank stelde vast dat BPM verschuldigd is bij registratie van een personenauto die rijvaardig is en toegang heeft tot het Nederlandse wegennet, hetgeen door de RDW wordt beoordeeld. Hoewel de auto was geregistreerd en een kenteken was afgegeven, werd dit kenteken direct geschorst in afwachting van de keuring. Hierdoor was er nog geen sprake van een personenauto in de zin van de Wet BPM ten tijde van de aangifte.
De rechtbank oordeelde dat zowel de eerste als de tweede BPM-aangifte onterecht waren gedaan omdat de auto nog niet was toegelaten tot het Nederlandse wegennet. De BPM was derhalve ten onrechte voldaan en moest worden teruggegeven. Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak benadrukt dat het moment van heffing van BPM samenvalt met de toelating tot het wegennet na succesvolle keuring, niet met de registratie of kentekenafgifte alleen.
Uitkomst: BPM was ten onrechte voldaan omdat de auto nog niet was toegelaten tot het Nederlandse wegennet; teruggaaf van de betaalde BPM gelast.