ECLI:NL:RBBRE:2007:BA0701
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Gimbrère-Straetmans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schriftelijke aanwijzing gezinsvoogdij inzake persoonlijkheidsonderzoek en bezoekregeling minderjarige
De rechtbank Breda behandelde een geschil over schriftelijke aanwijzingen van een gezinsvoogdijinstelling aan de moeder van een onder toezicht gestelde en uit huis geplaatste minderjarige. De moeder verzocht de aanwijzing tot het ondergaan van een persoonlijkheidsonderzoek te laten vervallen en de bezoekregeling te wijzigen.
De rechtbank oordeelde dat de schriftelijke aanwijzing tot het persoonlijkheidsonderzoek niet binnen de wettelijke bevoegdheid van artikel 1:258 BW Pro valt, omdat deze niet direct betrekking heeft op de verzorging en opvoeding van het kind en te zwaar ingrijpt in de persoonlijke levenssfeer van de moeder. Daarom werd deze aanwijzing vervallen verklaard.
Ten aanzien van de bezoekregeling, die voorziet in begeleide bezoeken eenmaal per drie weken in het pleeggezin, wees de rechtbank het verzoek van de moeder af. Uit het verslag bleek dat de bezoeken moeizaam verliepen en het kind na afloop ontregeld was. De rechtbank achtte de huidige regeling proportioneel en in het belang van het kind, mede gelet op de reisbelasting en het belang van begeleid contact.
De beslissing weerspiegelt een zorgvuldige afweging tussen het belang van het kind en de rechten van de moeder, waarbij de wettelijke kaders en het doel van ondertoezichtstelling centraal stonden.
Uitkomst: De schriftelijke aanwijzing tot persoonlijkheidsonderzoek werd vervallen verklaard, het verzoek tot aanpassing van de bezoekregeling werd afgewezen.