ECLI:NL:RBBRE:2007:BA0341
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Volkers
- Kooijman
- Brouwer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens aanzienlijke overschrijding redelijke termijn in hennepzaak
De verdachte werd verdacht van het opzettelijk binnenbrengen en/of aanwezig hebben van ongeveer 83 kilogram hashish in Nederland in de periode van februari tot maart 2003. Het onderzoek betrof onder meer rechtshulp in België vanwege vermoedelijke betrokkenheid bij meerdere hasjtransporten.
De dagvaarding werd pas in februari 2007 uitgebracht, terwijl het eindproces-verbaal al in april 2004 gereed was. De rechtbank constateerde dat er na afronding van het onderzoek ruim twee jaar niets is gebeurd, zonder dat bijzondere omstandigheden deze inactiviteit rechtvaardigden. De redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, werd daarmee ruimschoots overschreden.
De rechtbank overwoog dat de overschrijding niet aan de verdachte te wijten was, die reeds bij het eerste verhoor een bekennende verklaring had afgelegd. Gezien de aard van de zaak en de belangenafweging tussen de gemeenschap en de verdachte, vond de rechtbank dat het belang van de verdachte bij verval van strafvervolging zwaarder woog dan het maatschappelijk belang bij vervolging.
Daarom verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in haar vordering en wees de zaak af.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn.