ECLI:NL:RBBRE:2007:AZ8938
Rechtbank Breda
- Kort geding
- J.P. Leijten
- Rechtspraak.nl
Verplichting zorginstelling tot voortzetting verzorging ernstig gehandicapte jongere ondanks beëindigingsovereenkomst
Een ernstig lichamelijk en geestelijk gehandicapte jongere, sinds 1994 in dagopvang bij zorginstelling Sovak, kreeg in 2004 een overeenkomst voor bepaalde tijd. Sovak wilde de verzorging per 1 maart 2007 beëindigen wegens communicatiestoornissen met de moeder, zonder alternatief te bieden. De moeder vorderde namens haar zoon voortzetting van de zorg.
De voorzieningenrechter kwalificeerde de overeenkomst niet als geneeskundige behandelingsovereenkomst, maar als een verzorgingsovereenkomst. De bepaling dat de overeenkomst door tijdsverloop eindigt werd nietig verklaard wegens strijd met de goede zeden. De overeenkomst geldt derhalve voor onbepaalde tijd en is slechts opzegbaar bij gewichtige redenen, welke Sovak niet aannemelijk maakte.
De rechtbank stelde vast dat Sovak zich jegens de moeder niet correct had gedragen, onder meer door onnodige dreiging over betalingsachterstanden en het niet aangaan van een persoonlijk onderhoud. Zelfs bij gewichtige redenen moet Sovak een alternatief bieden, wat niet is gebeurd. Sovak werd veroordeeld de zorg voort te zetten totdat rechtsgeldig beëindigd, met een dwangsom van €500 per dag bij niet-naleving.
Uitkomst: Zorginstelling Sovak is veroordeeld de verzorging van de ernstig gehandicapte jongere voort te zetten totdat deze rechtsgeldig wordt beëindigd.