ECLI:NL:RBBRE:2007:AZ8085
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond verklaard wegens onvoldoende proces-verbaal bij verkeersboete
Betrokkene kwam in beroep tegen een beslissing van de officier van justitie betreffende een verkeersboete wegens vermeende overtreding op de vluchtstrook. Tijdens de zitting ontkende betrokkene de overtreding en gaf aan te beduusd te zijn geweest bij de staandehouding. Hij bezocht de locatie de dag na de overtreding en was overtuigd dat hij niet over de vluchtstrook had gereden. De omstandigheden ter plaatse, waaronder een glooiing van de weg en slecht weer, maakten het volgens hem moeilijk voor de politie om de overtreding waar te nemen.
De officier van justitie ging niet in op het verweer van betrokkene en stelde slechts voor de sanctie te matigen. De kantonrechter oordeelde dat het op de weg van de officier van justitie had gelegen om een nader proces-verbaal op te maken naar aanleiding van het verweer, wat niet was gebeurd. Bovendien was de motivering van de beslissing onvoldoende toegespitst op de specifieke situatie van betrokkene.
Daarom verklaarde de kantonrechter het beroep gegrond, vernietigde de beslissing van de officier van justitie en bepaalde dat het door betrokkene gestelde bedrag aan zekerheid moest worden gerestitueerd. Vanwege de bepalingen van de Wahv is hoger beroep tegen deze beslissing uitgesloten.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie vernietigd.