ECLI:NL:RBBRE:2007:AZ7808
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt exclusief heffingsrecht Nederland op woongenot buitenlandse onroerende zaak in Box 3
Belanghebbende, woonachtig in Duitsland, bezat in 2002 een recreatiebungalow in Nederland die hij gebruikte voor eigen woongenot. De inspecteur rekende de waarde van deze onroerende zaak tot de grondslag van het inkomen uit sparen en beleggen (Box 3). Belanghebbende stelde dat deze heffing in strijd was met het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland, omdat er geen daadwerkelijke inkomsten werden genoten en Nederland haar heffingsbevoegdheid eenzijdig zou hebben uitgebreid.
De rechtbank oordeelde dat het woongenot van de onroerende zaak kan worden aangemerkt als inkomsten uit rechtstreeks gebruik, zoals bedoeld in artikel 4 van Pro het belastingverdrag. Nederland heeft op grond daarvan het exclusieve heffingsrecht. De toepassing van de vermogensrendementsheffing is toegestaan en vormt geen eenzijdige uitbreiding van de heffingsbevoegdheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan op 5 januari 2007 door mr. A.J. Kromhout en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en Nederland heeft het exclusieve heffingsrecht op het woongenot van de in Nederland gelegen onroerende zaak.